piesvoeten


Whaaaa! Ik sta naast mijn bed in een grote hondenplas. Met mijn piesvoeten loop ik naar de badkamer. Een nat spoor op het zeil. Teckel Teun woont sinds kort ’s nachts boven en hij kan niet de hele nacht zijn plas ophouden. Het is de gewoonste zaak van de wereld geworden om ’s ochtends eerst de bovenverdieping te dweilen, maar een plas direct naast mijn bed is een verrassing.

We zijn wel wat gewend. Negen honden en zeventien katten in huis betekent ongelukjes opruimen. Hoewel, ongelukjes? Veel van onze dieren hebben nooit geleerd waar ze nou precies geacht worden hun grote en kleine boodschap te laten. In hun verleden deed dat er niet toe en dus kijken ze stomverbaasd als wij er wat van zeggen. Mensen kijken trouwens vaak net zo verbaasd als ik hierover vertel.

Als ik zeg dat we een dierentehuis runnen, kunnen er twee dingen gebeuren. Of mensen haken meteen af, ‘Oh een dierengekkie. Zeker geen kinderen’, zie ik hen denken. Óf ik zie de ogen zacht worden en we praten het komende half uur nergens anders over. ‘Die droom heb ik ook. Ooit, misschien na mijn pensioen, gaan wij dat ook doen.’

Ik kan het niemand aanraden.

Een plek bieden aan honderd dieren is geen kattenpis. Of eigenlijk wel. Eigenlijk is het vooral kattenpis. Zolang je nog geen praktijkervaring hebt, denk je aan dankbare hondenogen, spinnende katten, een klein geitje op schoot. En hoewel die dingen zeker voorkomen, ben je eigenlijk vooral schoonmaker. Schoonmaker met een hoofdletter S.

Ga even zitten en visualiseer het volgende: ál je ramen met vage vegen van hondenkwijl, dagelijks op minstens vijf plekken kattenpies tegen muren en deuren, varkenskeutels voor je achterdeur, slapeloze nachten omdat de honden niet kunnen slapen en dat luidkeels laten weten. Bergen ponypoep, kattenkots en caviakeutels. Elke dag. Élke dag. En dan heb ik het nog niet over urinegeuren die nooit meer weggaan en een bank waar je zelf nooit op zult zitten, omdat de honden je altijd voor zijn.

Maar waarom doe je dat dan?! Of neem dan tenminste wat minder dieren!

Tja, als wij iets doen, doen we het goed. Een dierentehuis is geen dierentehuis met vier katten, een hond en een varken. Nee, twintig katten, tien honden, zes varkens en nog zestig dieren, dát begint erop te lijken. Je verlegt je grenzen gaandeweg. Er zijn altijd dieren in nood en er zijn altijd mensen die je weten te vinden. En er zijn dagen dat je energie genoeg hebt. Dat zijn de dagen dat je vindt dat die ene er nog wel bij kan.

Voor ons weegt het gevoel van betekenis dat we voor deze dieren hebben tegen alles op. Uiteindelijk. Niet op die dagen die met piesvoeten beginnen hoor, maar op die dagen dat het schoonmaakwerk binnen de perken blijft, dankbare hondenogen je aankijken, de katten in het zonnetje liggen te spinnen en een geitje dromerig tegen je aan komt staan.

Wat na de bocht komt, weet je pas als je op weg gaat.
 
Recente Berichten

© Erve Knots